Image
Robotarm

Robotarm helpt Limburgs bedrijf met zwaar precisiewerk

Traflux test mobiele cobot voor het afwerken van kunststof deksels

Bij afvalcontainerproducent Traflux werkt deze maand een mobiele robotarm mee op de werkvloer. Enkele weken lang neemt die een deel over van zwaar precisie werk: het wegwerken van scherpe randjes aan kunststof onderdelen, in vakjargon ‘ontbramen’. De test is onderdeel van het COBOTASSIST-project van Interreg Vlaanderen-Nederland. Onderzoekscentrum Sirris staat in voor de technische begeleiding, economisch regisseur POM Limburg ondersteunt de deelnemende Vlaamse kmo's.

Traflux maakt afvalcontainers van 50 tot 5.000 liter, via een techniek die rotatiegieten heet. In de kunststof deksels van die containers moeten openingen komen. Vandaag gebeurt dat nog met de hand: frezen, en daarna de randjes gladwerken. Precisiewerk, fysiek zwaar, en één verkeerde beweging kan een stuk meteen onbruikbaar maken.

Deze maand test Traflux of een cobot dat werk kan overnemen, zodat medewerkers zich kunnen toeleggen op taken met een hogere toegevoegde waarde. De robot staat gewoon tussen de andere machines op de vloer, middenin de normale werking van de fabriek. “We wilden vooral ervaren hoe zo'n cobot zich gedraagt in een echte productieomgeving”, zegt Maarten Conings, Productiemanager bij Traflux. “Die ervaring helpt ons om toekomstige keuzes over automatisering beter te onderbouwen.”

Niet alleen een probleem bij Traflux

Traflux is niet het enige bedrijf dat hiermee worstelt. Meer dan 7 op de 10 producten uit staal of kunststof moeten na de productie nog worden bijgewerkt: geschuurd, gepolijst of ontbraamd om scherpe kanten en oneffenheden weg te werken. Dat kost gemiddeld een vijfde van de productietijd, en tot 15 procent van de kostprijs. Toch gebeurt dat werk vandaag in 8 op de 10 gevallen nog met de hand, net het soort job waarvoor steeds moeilijker personeel te vinden is.

Voor veel maakbedrijven is dat een lastige evenwichtsoefening. Klanten verwachten producten die kwalitatief afgewerkt zijn, op maat gemaakt, en toch snel en goedkoop geleverd worden. Net die laatste, manuele stap in het proces maakt het moeilijk om aan al die verwachtingen tegelijk te voldoen.

Testen zonder meteen te moeten kopen

Cobots lenen zich goed tot dat soort werk. Anders dan klassieke industriële robots kunnen ze ‘voelen’ hoeveel kracht ze zetten, wat van pas komt bij schuren, polijsten of ontbramen. De veiligheid moet daarbij wel altijd gegarandeerd zijn, op basis van een risicoanalyse en passende maatregelen.

Via COBOTASSIST-vouchertraject kunnen kmo's in Vlaanderen en Nederland zo'n mobiele cobot enkele weken uittesten in hun eigen fabriek, met hulp van het projectteam. Zo zien ze zelf of de technologie voor hen werkt, zonder meteen een machine te moeten kopen. Traflux voert als eerste bedrijf zo'n vouchertraject uit. “Cobots kunnen een interessante aanvulling zijn voor taken die zwaar, repetitief of ergonomisch belastend zijn”, zegt Jan Kempeneers, Principal Engineer Smart Manufacturing bij Sirris. “Toch is de stap naar automatisering voor veel kmo's nog groot. Door bedrijven de technologie eerst in hun eigen productieomgeving te laten testen, krijgen ze een realistisch beeld van de mogelijkheden én de aandachtspunten.”

Limburgse bedrijven over de streep trekken

POM Limburg en de projectpartners zetten zo, samen met workshops en opleidingen, in op het vertrouwd maken van Limburgse maakbedrijven met cobottechnologie. “Veel bedrijven zien de mogelijkheden van automatisering, maar weten niet goed waar te beginnen”, zegt Tom Vandeput, gedeputeerde voor Economie en voorzitter van POM Limburg. “Wij willen die drempel wegnemen door Limburgse bedrijven concreet op weg te helpen, zodat automatisering geen ver-van-mijn-bed-show blijft voor de lokale maakindustrie.”

Team Cobot

COBOTASSIST is een Interreg Vlaanderen-Nederland-project van Sirris, Fontys, Breda Robotics, SyntraPXL, POM Limburg, High Tech NL en Avans.